Uit een langlopend onderzoek in Rotterdam blijkt dat de kans op dementie bij de jongere ouderen afneemt. Vooral bij mannen van 70-80 jaar en bij 80-plus vrouwen nam de kans af. Betere medicijnen tegen hart en vaatziekten zou de oorzaak zijn.
De kans op dementie neemt af en is beïnvloedbaar, dat blijkt uit een langlopend onderzoek in Rotterdam. In dit onderzoek zijn twee groepen met elkaar vergeleken. Een groep ouderen die vanaf 1990 meedoet aan het onderzoek en een tweede groep die in 2000 is samengesteld uit de ouderen van dezelfde Rotterdamse wijk Ommoord. Van die beide groepen weten de onderzoekers alles wat van belang is voor onder andere het dementieonderzoek: welke medicatie ze gebruiken, welke ziekten of kwaaltjes ze hebben of er sprake is van overgewicht en welke opleiding of baan ze hebben gehad. Uit een vergelijking tussen beide groepen blijkt nu dat het percentage ouderen dat dement wordt veranderd is in de loop van de tijd. Dement worden blijkt anders dan altijd gedacht niet een vaststaand gegeven van het ouder worden, maar beïnvloedbaar. Zo blijken de mannen uit de 2000-groep slechts voor 5 procent dement te worden terwijl dat percentage in de 1990-groep nog 10 procent was. Ook onder vrouwen van 80-plus nam het percentage bij de 2000-groep af.
De oorzaak van het minder dement worden zoeken de wetenschappers in de hoek van betere medicatie tegen hart- en vaatziekten en misschien ook de hogere opleiding van de 2000-groep. Opvallend dis dat de risicofactoren van de 2000-groep zijn toegenomen, maar dat de dementie juist vaker uitblijft. Zo is er in de 2000-groep vaker sprake van overgewicht en vaker hoge bloeddruk.
De waarde van het onderzoek is groot, voor het eerst is aangetoond dat het krijgen van dementie beïnvloedbaar is. Aan de groep deden 7500 55-plussers mee.
Bron: www.plusonline.nl


