‘Verpleeghuizen hebben niets aan extra geld’

De dementenzorg schreeuwt om onze aandacht, maar die vraag kunnen we met geld niet afkopen, vindt Renée Braams.

Er lijkt nu consensus te zijn over de noodzaak de kosten van de gezondheidszorg te beteugelen. We kunnen toekomstige generaties niet opzadelen met een jaarlijks 5 procent groeiende zorg, naast de kosten van de vergrijzing.

Vorige week schreef ik dat de ziekenhuiszorg, de cure, veel goedkoper kan. En nu de care, de zorg voor ouderen en gehandicapten. Daar moet ook geen geld bij, vind ik.

Niet dat de verpleeghuiszorg kwalitatief in orde is. In de Randstad zijn er maar al te veel verpleeghuizen waar de zorg beneden alle peil is. Maar met geld kunnen we dat gapende gat in vooral de dementenzorg niet afkopen.

Ik ken verpleeghuizen waar bewoners die naar de wc moeten urenlang worden genegeerd. Waar dementen die gillen dat ze moeten 'drukken' te horen krijgen dat ze een luier om hebben en het daar maar in moeten doen, hoe overstuur de bewoner van die mededeling ook raakt.

Ik ken huizen waar mensen die niet uit zichzelf drinken, niet worden geholpen. Waar mensen worden afgesnauwd als ze meer dan één keer per dag zeggen dat ze naar hun moeder willen.

Er is voldoende personeel, maar dat lijkt allemaal niets uit te maken. Verzorgenden wassen de mensen 's morgens, kleden ze aan en sjorren ze in hun rolstoel, en dan lijkt hun energie op. Ik snap het wel: ik herinner me uit mijn studententijd toen ik als weekend-verpleeghulp werkte, dat er zich tijdens die ochtendlijke was- en aankleeduren een zeurende vermoeidheid in je rug nestelt, die alle fut wegneemt.

De rest van de dag lijken verzorgenden tot niet veel meer in staat dan op de bank hangen met een karretje vol zorgdossiers naast zich waarin het dagrapport moet worden geschreven.

Maar ook in verpleeghuizen waar je wel naar de wc kunt, is de zorg verder zo minimaal... Ik ken twee verpleeghuizen waar de architect de wandelgangen zo heeft gebouwd dat ze uitkijken op de speelplaats van een kinderdagverblijf. Schrijnend is het dat ik daar nooit op een van de knusse bankjes een demente zie genieten van de fietsende peuters. Er is gewoon niemand die de dementen uit hun huiskamer haalt en met ze in die gang gaat zitten om naar de kleintjes te kijken daarover te keuvelen.

Nee, met geld voor meer personeel verander je daar niets aan. Verzorgenden hebben niet de rust in hun lijf en niet het geduld om daar met hun patiënten te gaan zitten. Dat moeten wij doen: familie, kennissen, vrijwilligers.

Zij, wij kunnen wonderen verrichten in het verpleeghuis. Er zijn echtgenoten die elke dag de krant komen voorlezen aan hun vrouw én de hele tafel medebewoners. Ik ken een dochter die een fruitfeest heeft georganiseerd voor de 80ste verjaardag van haar vader en voor al zijn demente huisgenoten.

Het zou geweldig zijn als de groep jongbejaarden, de zestigers en zeventigers, helpt om van het verpleeghuis een leefbare plek te maken. Maar zij zijn vaak juist het huiverigst voor alles wat riekt naar Alzheimer. Jammer, het zou hun leven verrijken om die angst in de ogen te zien. Het is niet kwaad om samen met een dement iemand naar spelende kinderen te kijken of eendjes te voeren, je wordt er zelf ook stil van binnen van.

In een van de huizen waar ik muziek maak werkt Rita (73) al twintig jaar een ochtend per week als vrijwilligster. Ze zit naast iedereen een tijdje, kijkt met een diepdemente een fotoalbum door, zingt oude liedjes met een stelletje kwieke dames, wandelt met een onrustige meneer, en troost een mevrouw die naar huis wil.

De verpleeghuizen hebben niet meer geld nodig, maar meer Rita's!

Bron: www.volkskrant.nl

Reageren